Artikel

Paul Lebbink draait zijn pillen in zijn eigen laboratorium in het Haagse Transvaal zelf

De luis in de pels

100532_nl_editor photo52
Paul Lebbink (rechts) draait – hier samen met apotheker Arwin Ramcharan – zijn pillen in een bereidingsunit waar een gemiddeld streekziekenhuis jaloers op is.
100532_nl_editor photo56
Apotheker Paul Lebbink haalt een grondstof voor medicijnen uit zijn voorraadkast.

 

 

 

 

 

 

 

100532_nl_editor photo51
FOTO GUUS SCHOONEWILLE
100532_nl_editor photo57
FOTO GUUS SCHOONEWILLE

 

 

 

 

100532_nl_editor photo53
FOTO GUUS SCHOONEWILLE
asdfasdf
In de nieuwe bereidingsunit in de apotheek aan de Kempstraat maken Paul Lebbink en de apothekers die bij hem in dienst zijn medicijnen die de farmaceutische industrie niet kant-en- klaar levert.

DEN HAAG

De meeste apothekers zijn allang geen pillendraaiers meer. Ze verkopen kant-en- klare medicijnen,aangeleverd door grote fabrikanten. De Haagse apotheker Paul Lebbink gaat dwars tegen deze trend in. ‘Gelukkig kan ik nog medicijnen bereiden die de industrie commercieel niet interessant vindt.

ALBERT KOK

Hoewel hij veel wil vertellen, wil Paul Lebbink eerst wat laten zien. Ergens schuin achter de immense toonbank van zijn praktijk in de
Haagse volkswijk Transvaal opent de 56-jarige apotheker een deur waarachter zich een fonkelnieuwe bereidingsunit bevindt. ,,Dit vind je in geen enkele andere apotheek in Nederland,” zegt hij met onverholen trots. In dit laboratorium, zoals je dat naar zijn stellige overtuiging elders uitsluitend in ziekenhuizen aantreft, kan hij nog beter dan voorheen maatwerk leveren voor mensen die met standaardmedicatie van de farmaceutische industrie niet geholpen zijn. ,,Kijk,” houdt hij trots zijn nieuwste vinding omhoog, ,,morfine, gegoten in een gel. Het is een pijnstillend preparaat dat we in deze vorm maken voor terminale patiënten met doorligwonden. Er werd altijd aangenomen dat morfine alleen via de hersenen werkt, maar dat is dus niet zo. Ook de huid heeft receptoren die er gevoelig voor zijn. Het zou me verbazen als de industrie hier niet binnenkort mee aan de haal gaat.”Lebbink spreekt uit ruime ervaring. Hij verhaalt over die keer dat hij een medicijn ontwikkelde tegen een zeldzame stofwisselingsziekte waaraan een tienjarig jochie dreigde te bezwijken. Lebbink vond wat hij zocht (carbamylglutamaat)en zorgde er met hulp van de in zijn praktijk werkzame apotheker Saskia Visser voor dat de jonge patiënt niet langer gevaarlijke concentraties ammoniak in zijn bloed aanmaakte. De patiënt maakt het sindsdien goed, al moet hij wel zijn hele leven dit geneesmiddel blijven gebruiken. Zij het dat Lebbink dat niet meer aan hem mag leveren.

Octrooi

Want ook dat is de wondere wereld van de farmacie. ,,Wij maakten het medicijn hier voor een paar duizend euro per jaar. Maar op een gegeven moment verwierf de Franse fabrikant Orphan het octrooi. Ze hebben gewoon ons middel gekopieerd en daar een hoge prijs opgezet.Met als eind van het liedje dat de zorgverzekeraar van die jongen nu voor hetzelfde middel 150.000 euro per jaar kwijt is.”

Zonde in het licht van de oplopende kosten voor de volksgezondheid,maar Paul Lebbink is geen man van de politiek, hij is een man van de praktijk. ,,Als je medicijnen opmaat wilt leveren, en dat is wat ik doe, kom je er niet als je simpelweg doosjes van merk X over de toonbank schuift. Het geeft mij een kick om iets voor elke patiënt afzonderlijk te kunnen betekenen. Dat was lang geleden de drijfveer om farmacie te gaan studeren en dat is nog steeds de drijfveer om dit werk te doen.”

De Haagse apotheker vertelt ook over andere geneesmiddelen, die al wel op de markt verschijnen, maar niet in doseringen of bereidingen waar iedere patiënt iets aan heeft. Zoals baclofen, een bekende spierverslapper, die alleen als tabletten verkrijgbaar is. Maar wat moet iemand die aan spierspasmen lijdt daarmee? Dus maken ze in de Transvaal Apotheek nu hetzelfde medicijn in
de vorm van een drankje.

Lebbink neemt de verslaggever mee naar zijn werkkamer boven ‘de winkel’, met uitzicht op een straat die in 25 jaar tijd letterlijk onder zijn ogen is veranderd. Eerst waren er de junks die zijn auto openbraken, daarna kwam er de illegale bewoning van op elkaar gestapelde Polen die in de kassen in het Westland werk vonden. Nu is het ogenschijnlijk rustiger in de buurt, hoewel niet per se beter. Achter menige voordeur schuilt nog veel leed, weet Paul Lebbink zeker.

Zijn praktijk is enorm gegroeid en telt inmiddels bijna dertig medewerkers, onder wie vier collega-apothekers. ,,En ik wil nog een vijfde apotheker aantrekken,” zegt hij, om maar aan te geven dat hij weinig opheeft met vakgenoten die klagen dat ze zo hard door
minister Schippers en haar aanpak van de zorgsector worden getroffen. ,,Apothekers hebben altijd heel makkelijk heel veel geld verdiend. En vinden het een bittere pil dat ze er nu hard voor moeten werken.”

Veel vrienden maakt Lebbink niet met zulke uitlatingen, maar dat kan hem niet schelen. Hij voelt zich prima als luis in de pels. ,,Ik was in 1995 de eerste die op zaterdag openging. ‘Dat kun je niet maken,’ zeiden mijn collega’s, ‘want dan moeten wij ook’. Maar ik vind: je moet bereikbaar zijn. Punt. Gevolg was wel dat ik uit de Haagse afdeling van de KNMP (deapothekersvereniging, red.) werd gegooid. Ja, het is een conservatief wereldje waarin ik me beweeg.”

Voortrekkersrol
Geeft niet, Lebbink heeft aansluiting gevonden bij een andere club. Als enige apotheker in Nederland werkt hij samen met artsen, verpleegkundigen en medisch specialisten in een landelijk netwerk van palliatieve zorgverleners. En als zelfbereidende apotheek vervult hij op dit moment misschien wel een voortrekkersrol.

,,Vijftig jaar geleden deed iedereen het,” kijkt hij achterom. ,,Maar de meeste apothekers hebben het verleerd. Het was niet meer nodig, vonden ze. Nu zie je dat de politiek van ons vraagt om meer samen te werken en meer in contact met patiënten te treden. Laat dat nou precies zijn wat wij hier doen!”

© AD dinsdag 12 november 2013 Pagina 7 (2)